
WILLEMSTAD - De Tax Holiday-regeling op Curaçao biedt sinds jaar en dag belastingvoordelen aan bedrijven die fors investeren in de lokale economie. Het doel: economische groei en meer werkgelegenheid. Maar de vraag rijst of deze fiscale faciliteit, die miljarden aan belastinginkomsten heeft gekost en vooral grote buitenlandse investeerders ten goede komt, nog wel past bij de huidige realiteit van oververhitte vastgoedontwikkeling, toenemende sociale ongelijkheid en druk op het eiland. Terwijl Aruba het instrument al in 2002 afschafte zonder dat de investeringsstroom opdroogde, houdt Curaçao hardnekkig vast aan deze beleidskeuze. Is dat nog te rechtvaardigen?
door Rob van den Bergh en Jeffrey Sybesma [1]
Curaçao is een rechtsstaat. Dat betekent dat onze maatschappij wordt ingekaderd door wettelijke regels en normen. Soms kunnen die regels naarmate de tijd verstrijkt onverwachte gevolgen hebben, waar bij het opstellen van de regelgeving niet aan is gedacht. Zulke omissies kunnen ook aanzienlijke financieel-economische consequenties met zich meebrengen.
Sinds 1953 kennen de voormalige Nederlandse Antillen fiscale maatregelen ter stimulering van de economie. In 2025 zijn veel van deze stimuleringsinstrumenten, met name gericht op bedrijfsvestigingen en hotelbouw, nog steeds van kracht. Inmiddels zijn we ruim zeventig jaar verder en is de economische context ingrijpend veranderd. De vraag dringt zich dan ook op: zijn de oorspronkelijke argumenten voor fiscale instrumenten zoals de Tax Holiday vandaag de dag nog steeds relevant?
Historie van fiscale stimuleringsmaatregelen
De belastingwetgeving bevat sedert 1953 faciliteiten ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw. In 1964 kwamen daar stimuleringsmaatregelen voor grondontwikkeling bij. Deze regelingen boden bedrijven en hotels vrijstelling van invoerrechten, grondbelasting, gebruikersbelasting en een verlaagd winstbelastingtarief van 3%. Bovendien hoefde over uitgekeerde dividenden uit deze winsten geen inkomstenbelasting te worden betaald.
De motieven voor deze maatregelen waren het stimuleren van economische groei, het aantrekken van investeringen en het creëren van werkgelegenheid. Daarnaast werd het bieden van fiscale faciliteiten wenselijk geacht om de internationale concurrentiepositie van de Antillen te versterken.
De regeling en de procedure voor het aanvragen van een Tax Holiday zijn in de loop der jaren op onderdelen aangepast. Zo is de vereiste minimale investering voor toekenning aanzienlijk verhoogd. Momenteel bedraagt deze minimaal Cg 5 miljoen, exclusief grondkosten, en moet de investering ten minste tien arbeidsplaatsen opleveren. Door deze drempel worden grootschalige projecten bevoordeeld ten opzichte van het lokale midden- en kleinbedrijf, dat hierdoor vaak buiten de boot valt.
Subsidie of fiscale faciliteiten?
Een belangrijke reden om te kiezen voor fiscale faciliteiten in plaats van subsidies, is de directe impact op de overheidsbegroting. Fiscaal voordeel kost de overheid op korte termijn geen liquide middelen, terwijl subsidies directe uitgaven vergen. Wel loopt de overheid belastinginkomsten mis, maar dit verlies manifesteert zich pas later. Over fiscale incentives is in het verleden bij landsverordening besloten; subsidies daarentegen moeten jaarlijks in de begroting worden opgenomen en vereisen expliciete goedkeuring door de Staten. In de praktijk worden de Staten zelden geïnformeerd over de exacte omvang van de gederfde belastinginkomsten.[2]
Wat houdt een Tax Holiday in?
Een Tax Holiday biedt bedrijven de volgende voordelen:
-
Een vast winstbelastingtarief van 3% voor een periode van 6 tot 11 jaar, afhankelijk van de omvang van de investering.
-
Vrijstelling van invoerrechten en omzetbelasting op specifieke materialen, goederen en uitrusting voor grondontwikkeling, bouw en eerste inrichting, gedurende 2 tot 5 jaar.
-
Vrijstelling van onroerendezaakbelasting (OZB) voor een periode van 5 tot 10 jaar.
-
Geen inkomstenbelasting over uitgekeerde dividenden uit de betreffende investering.[3]
Impact van de Tax Holliday
Voor zover bekend is er nooit onderzoek gedaan naar de daadwerkelijke economische en werkgelegenheidseffecten van de Tax Holiday. Ook structurele controle op de naleving van de voorwaarden ontbreekt grotendeels [4].
Er zijn indicaties dat de effectiviteit van de regeling in het verleden beperkt is geweest. Veel nieuwe industriële vestigingen zijn er in de afgelopen decennia niet gerealiseerd. Wel blijken grote ondernemingen in Curaçao, zoals de Dokmaatschappij/Damen, de raffinaderij, FLOW, Sandals, Pyrmont en TUI Blue, vrijwel automatisch in aanmerking te komen voor deze faciliteit bij grootschalige investeringen.
Opvallend is dat Aruba in 2002 de Tax Holiday heeft afgeschaft, zonder merkbare daling in investeringsbereidheid in toeristische projecten. In Curaçao bleef de groei van het toerisme daarentegen, met name na het wegvallen van het Venezolaanse kooptoerisme in 1983, ondanks fiscale voordelen, lange tijd beperkt.
Hausse in toerisme en bouwsector
Het Caribisch gebied, en Curaçao in het bijzonder, kent momenteel een ongekende bouw- en toerismehausse. Er zijn meer projecten in ontwikkeling dan lokale aannemers en arbeidskrachten kunnen realiseren. Na oplevering ontstaat vervolgens een nijpend tekort aan personeel in de hospitalitysector.
De vraag naar tweede woningen en appartementen voor buitenlandse kopers is sinds COVID-19 explosief gestegen. Door het beperkte aanbod en de grote vraag stijgen de huizenprijzen aanzienlijk. Deze vraag wordt verder aangejaagd door de mogelijkheid om onroerend goed te verhuren via rental pools of platforms als Airbnb.[5]
Vooral locaties aan de zuidkust en in de UNESCO-werelderfgoedstad Willemstad zijn populair. In de afgelopen vijf jaar zijn prijzen in kustgebieden naar schatting met 40–75% gestegen, en in historisch Willemstad met 25–40%. Deze prijsstijging is deels toe te schrijven aan gestegen bouwkosten, maar ook aan speculatieve vraag, waarvan vooral de eigenaren en soms ook de projectontwikkelaars profiteren.[5]
In de afgelopen vier jaar zijn er honderden hotelkamers bijgekomen, en voor de komende jaren zijn nog enkele duizenden gepland. De hogere hotelprijzen en de stijgende toestroom van toeristen uit onder meer Noord- en Zuid-Amerika maken deze projecten financieel aantrekkelijk. Banken bevestigen dat toeristische projecten momenteel een zeer positieve cashflow genereren.
Nut en effectiviteit
In toenemende mate ligt de waarde van de Tax Holiday bij de vrijstelling van invoerrechten en omzetbelasting. Op bouwmaterialen kan dit leiden tot een kostenvoordeel van 15–20%, en op de eerste inrichting (meubilair, stoffering) zelfs tot 20–30%. [3] Grote projecten kunnen extra besparen door zelf te importeren en in bulk aan te schaffen. Aannemers schatten het totale kostenvoordeel op circa 20–30% ten opzichte van kleinere projecten.[6]
Volgens de Douane loopt de overheid door de invoervrijstelling alleen al jaarlijks circa Cg 100 miljoen mis. Daarbovenop komen verliezen uit vrijstelling van omzetbelasting, OZB en winstbelasting. Veel hotels en grootschalige investeringsprojecten dienen aan het einde van hun Tax Holiday renovatie- of herinrichtingsplannen in, om zo opnieuw een fiscale vrijstelling te verkrijgen; doorgaans met succes.
Toeristische en vastgoedprojecten behalen gemiddeld een brutomarge van 20–35% bij verkoop, en een return on investment van 10–15% bij exploitatie. Zulke rendementen maken het aantrekkelijk om te investeren, waardoor er steeds meer bouwprojecten volgen.
De keerzijde hiervan is het risico op overtoerisme. Bewoners van Curaçao worden inmiddels geconfronteerd met prijsstijgingen, verkeersdrukte, beperkte toegang tot stranden, aantasting van milieu en natuur, en verlies aan leefruimte. Het Curaçao Tourism Bureau heeft daarom opdracht gegeven tot een zogenoemde destination carrying capacity study.
Moet de Tax Holiday blijven bestaan?
De overheid tracht met de Tax Holiday de economie te stimuleren en werkgelegenheid te creëren. Hoewel er inderdaad duizenden vacatures ontstaan in de bouw en hospitality, zijn deze lokaal nauwelijks in te vullen. De economische voordelen vloeien grotendeels naar investeerders, terwijl de overheid jaarlijks meer dan Cg 100 miljoen aan belastinginkomsten misloopt.
De wetgeving rond belastingfaciliteiten bevoordeelt grote investeerders boven kleinere, vaak lokale ondernemers. De arbeidsmarktspanning leidt weliswaar tot hogere lonen in de bouw en het toerisme, maar het bredere publiek op Curaçao profiteert nauwelijks. Integendeel: de inkomensongelijkheid neemt toe, evenals maatschappelijke druk en onvrede.
Het is dus de vraag of het huidige Tax holiday-beleid nog past binnen de economische en maatschappelijke realiteit van vandaag. Een “no-brainer” voor de minister van Financiën, verantwoordelijk voor deze wetgeving: moet de tax holiday voor toeristische en vastgoedprojecten worden gecontinueerd, of is het tijd voor afschaffing of herziening?
[1] Sybesma is jurist en van den Bergh is econoom; deze bijdrage is door beiden geheel op eigen titel geschreven.
[2] In tegenstelling tot vele andere Westerse landen bestaan er op Curaçao nauwelijks of geen subsidieregelingen die een substantiële stimulans geven om te investeren in uitbreidings- of nieuwe investeringen. Wel geldt voor iedere ondernemer vervroegde afschrijving en investeringsaftrek.
[3] zie: Incentives - CINEX Foundation
[4] Betreft minimale investering van Cg 5 miljoen, minimaal 10 arbeidsplaatsen creëren en de richtlijn investering is gericht tenminste 80% buitenlanders.
[5] Het sterke vermoeden bestaat dat veelal de inkomsten uit verhuur niet geregistreerd worden. Er wordt geen logeerbelasting betaald en inkomsten uit verhuur worden niet bij de inkomstenbelasting aangegeven. zie ook: Inkeerregeling: geef uw verhuuropbrengsten boetevrij aan vóór 30 september 2025. - Belastingdienst
[6] In de praktijk is dit verschil minder omdat kleine aannemers voor een groot deel werken met ongedocumenteerde werknemers die minder betaald worden en waarover geen loonbelasting en sociale premies wordt afgedragen, iets wat grotere aannemers zich niet dan wel minder kunnen permitteren.





































